satire
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorstelling van zaken waarin op spottende wijze iets aan de kaak wordt gesteldTurkije roept Duitsland op het matje na satire over Erdogan(!!!) [http://www.nu.nl/algemeen/4237992/turkije-roept-duitsland-matje-satire-erdogan.html www.nu.nl]Trumps autocratische inborst wordt óók verraden door het soort satire dat hijzelf bedrijft: pesterijen gericht op gemarginaliseerden, zwakkeren en de vermeende enemy within. Als dat al uit een draaiboek komt, dan niet uit dat van Nixon, maar uit dat van Goebbels. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/27/welke-parallellen-zijn-er-te-trekken-tussen-nixon-en-trump-de-satirische-roman-the-public-burning-wijst-de-weg-a4887848 www.nrc.nl (27 mrt 2025)]
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hekelschrift’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1811
Vertalingen
Engelssatire
Franssatire
DuitsSatire
Spaanssátira
Italiaanssatira
Portugeessátira
Russischсатира
Chinees讽刺
Japans風刺
Koreaans풍자
Arabischهجاء
Turkshiciv
Poolssatyra
Zweedssatir
Deenssatire
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek