schaak

onzijdig (het)/sxak/

Wat is de betekenis van schaak?

schaak betekent: (spel) een bepaalde stand tijdens het schaakspel waarin een vijandig stuk naar de koning [3] kijkt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) een bepaalde stand tijdens het schaakspel waarin een vijandig stuk naar de koning [3] kijkt
  2. spel (spel) het schaakspel als zodanig
tussenwerpsel
  1. spel, schaak (spel) (schaak) waarschuwende uitroep tijdens het schaakspel dat de koning van de tegenstander op het punt staat veroverd te worden

Voorbeelden van "schaak" in een zin

  • De koning stond schaak en kon niet weg vanwege een pion.
  • Spelen we nog een potje schaak?

Etymologie

*Van het Perzische sjah (koning)

Vertalingen

Engelscheck, chess, check
Franséchecs, échec
DuitsSchach, Schachspiel, Schach
Spaansjaque, ajedrez, jaque
Italiaansscacchi
Portugeesxadrez
Russischшахматы
Chinees象棋
Japansチェス
Koreaans체스
Arabischشطرنج
Turkssatranç, satranç oyunu
Poolsszachy
Zweedsschack
Deensskak