schaken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (spel) (inerg) het schaakspel spelenGarry Kasparov was wereldkampioen schaken.
- (ov) ontvoeren (vooral m.b.t. vrouwen, in afgezwakte zin ook: een meisje inpalmen)Ze werd door hem geschaakt.
Etymologie
*afgeleid van schaak
Uitdrukkingen
- Schaken op meerdere borden / op tien borden tegelijk — Te maken hebben met meerdere kwesties tegelijk die op zichzelf niets met elkaar te maken hebben, maar op een bepaalde manier toch verknoopt zijn
Vertalingen
Spaansjugar al ajedrez, raptar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek