schaakspeler

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die schaak speelt
    ' 'Bedoel je daarmee een soort transacties tussen mensen?' 'Als die transactie een spelletje schaak is, wie is dan je betere partner, een rechtvaardig iemand of een schaakspeler?' 'Een schaakspeler.
    Moest-ie met de meester mee naar een beroemde schaakspeler.
  2. iemand die ver vooruit kan denken