schaal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van schaal?
schaal betekent: voorwerp met open bovenzijde waar men iets kan inleggen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp met open bovenzijde waar men iets kan inleggen
- buitenkant van een ei of vrucht
- verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp
- bepaalde ijking op een grafiek, as of eenheid
Voorbeelden van "schaal" in een zin
- Ze keek me kort aan, terwijl ze het metalen deksel van de schaal lichtte, waar een citroenschuimtaart onder bleek te zitten.
- Ik zag mijn hoofd als een lege schaal waarin ik elke dag een nieuwe vraag kon plaatsen, om er tijdens het lopen uren onafgebroken over na te denken.
- Door de schaal van het huis leek het op het schilderij kleiner, en de bomen op de voorgrond droegen fruit dat er in werkelijkheid niet was.
- Op de schaal van een mensenleven is het klein leed, maar als metafoor vind ik het veelzeggend.
Etymologie
* In de betekenis van ‘schil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1174
Uitdrukkingen
- Gouden appels op zilveren schalen zijn — iets is erg prachtig/goed/verstandig (verwoord)
- Op grote (breede, ruime) schaal — in ruime mate
Vertalingen
Engelsplatter, plate, shell
DuitsSchale, Schale
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek