schaam

Wat is de betekenis van schaam?

schaam betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen
  2. gebiedende wijs van zich schamen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen

Voorbeelden van "schaam" in een zin

  • Ik schaam me.
  • Schaam je!
  • Schaam je je?