schaam

Wat is de betekenis van schaam?

schaam betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen
  2. gebiedende wijs van zich schamen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen

Voorbeelden van "schaam" in een zin

  • Ik schaam me.
  • Schaam je!
  • Schaam je je?

Betekenis en uitleg van schaam

Schaam is een gevoel van ongemak of verlegenheid dat je kunt ervaren wanneer je denkt dat je niet voldoet aan de verwachtingen van anderen of wanneer je iets hebt gedaan dat als ongepast wordt beschouwd. Het is een emotie die ons herinnert aan sociale normen en waarden.

Je kunt het woord 'schaam' gebruiken in situaties waarin je je bewust bent van een tekortkoming, zoals als je iets hebt gedaan wat je als verkeerd beschouwt. Ook kan het optreden wanneer je in het openbaar wordt geconfronteerd met een fout. De nuance van schaamte kan variëren van milde verlegenheid tot diepe gevoelens van schuld.

Voorbeelden

  • Hij voelde zich schaam omdat hij zijn vrienden had laten zitten voor een onbelangrijke afspraak.
  • Tijdens het spreken voor de klas kwam er een gevoel van schaam over haar toen ze zich vergiste in een feit.
  • Ze schaamde zich voor het feit dat ze vergeten was haar huiswerk in te leveren.

Woordoorsprong

Het woord 'schaam' heeft zijn oorsprong in het Oudgermaanse 'skamō', wat duidt op een gevoel van verlegenheid of ongemak.

Veelgestelde vragen over schaam

Wat is de betekenis van schaam?

schaam betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen

Hoeveel betekenissen heeft schaam?

schaam heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je schaam in een zin?

Voorbeeld: “Ik schaam me.