schaamdeel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitwendig geslachtsdeel
    De aanblik van een schaamdeel in zijn verfrommelde wezen is slecht voor de ogen van de schoonheidsspecialiste. Ze wordt er moe van. Ze krijgt er gedachten van. Ze wil het niet weten. Wegwerponderbroeken zijn een remedie tegen de erotiek van een massage. Preventief. de Standaard 05 MEI 2012 An Olaerts
    L'Origine du Monde is een portret van een vagina waar de toeschouwer recht in kijkt. Het schaamdeel is daardoor losgeweekt van mysterie, context en individu, wat de symbolische waarde moet verhogen. Volkskrant Thomas van der Kolk 21 mei 2015

Etymologie

* In de betekenis van ‘geslachtsdeel’ voor het eerst aangetroffen in 1724

Vertalingen

Engelsgenitalia