schacht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɑxt/
Wat is de betekenis van schacht?
schacht betekent: (techniek) (holle) buis (koker)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) (holle) buis (koker)
- (industrie) een gat dat in de grond gemaakt is om als bron te dienen voor water, olie, gas of andere vloeistoffen
- deel van laars dat het been omgeeft
- nieuwe student, eerstejaars
Voorbeelden van "schacht" in een zin
- Het bedrijf had een schacht gemaakt om aan de olie te kunnen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stok, kokervormig omhullend deel’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelsshaft
Spaanscaña
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek