schaden
/sxadə/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets of iemand schade toebrengenHij schaadde dat prachtige monument.Hij was vijfenzestig geworden, dan was het niet langer gepast. Dat nam niet weg dat het een observatie was die niet te vermijden viel, en wat hij bij zichzelf in zijn zolderkamer dacht kon niemand schaden of in verlegenheid brengen.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Uitdrukkingen
- Baat het niet, dan schaadt het niet — Gezegd van iets dat mogelijk niet genezend/probeemoplossend/verlichtend etc. werkt, maar anderzijds ook geen schadelijke bijwerkingen heeft
- Overdaad schaadt — Te veel van iets is nooit goed
Vertalingen
Engelsdamage, harm
Duitsschaden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek