beschadigen

Wat is de betekenis van beschadigen?

beschadigen betekent: (ov) het toebrengen van schade

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het toebrengen van schade
  2. het kapot maken van iemands reputatie

Voorbeelden van "beschadigen" in een zin

  • Door de aardbeving is Christchurch zwaar beschadigd.
  • Door zijn leugens werd zijn reputatie als eerlijk persoon beschadigd.
  • Hiermee beschadigt u mensen die dit niet hebben verdiend.

Betekenis en uitleg van beschadigen

Het woord 'beschadigen' verwijst naar het aanrichten van schade aan iets, waardoor het minder goed functioneert of er minder mooi uitziet. Dit kan zowel fysiek als emotioneel zijn, zoals het beschadigen van een voorwerp of de gevoelens van iemand anders.

Je gebruikt 'beschadigen' vaak in situaties waarin iets wordt aangetast of niet meer in zijn oorspronkelijke staat verkeert. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een ongeluk, verwaarlozing of opzettelijke actie. Het woord heeft een negatieve connotatie, aangezien het meestal inhoudt dat er iets verloren gaat of verslechtert.

Voorbeelden

  • Tijdens de storm zijn er meerdere bomen beschadigd en moesten ze worden omgekapt.
  • Hij was zo ongelukkig dat hij per ongeluk zijn relatie met haar beschadigde door zijn ondoordachte opmerkingen.
  • De kinderen hebben de nieuwe speeltuin beschadigd door er met hun fietsen overheen te rijden.

Woordoorsprong

Het woord 'beschadigen' komt van het Middelnederlandse 'beschadigen', dat verwant is aan 'schade'. Het voorvoegsel 'be-' geeft aan dat er iets gedaan wordt met betrekking tot schade.

Veelgestelde vragen over beschadigen

Wat is de betekenis van beschadigen?

beschadigen betekent: (ov) het toebrengen van schade

Hoeveel betekenissen heeft beschadigen?

beschadigen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je beschadigen in een zin?

Voorbeeld: “Door de aardbeving is Christchurch zwaar beschadigd.

Etymologie

*Afgeleid van schade en .

Vertalingen

Engelsdamage
Fransendommager
Duitsbeschädigen
Spaansdeteriorar, averiar, dañar
Poolsuszkodzić