schamel
mannelijk (de)ˈsxaməl
Wat is de betekenis van schamel?
schamel betekent: waarvoor men zich schaamt
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- waarvoor men zich schaamt
- gering in omvang
- armoedig
zelfstandig naamwoord
- bok, zitbank
Voorbeelden van "schamel" in een zin
- Dit is toch een schamele vertoning.
- Ik heb een schamel bedrag bij elkaar gespaard.
Etymologie
In de betekenis van ‘armoedig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Vertalingen
Duitsdürftig, ärmlich
Engelspiddly, pathetic, paltry
nonarmr
ukжалюгідний
Russischжалкий
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek