schandaal
onzijdig (het)/sxɑnˈdal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zaak die iemand in opspraak brengt en waarvan mensen schande sprekenHet werd een schandaal.De politie in Londen heeft het onderzoek naar het zogenoemde partygate-schandaal afgesloten. In totaal werden 126 boetes opgelegd aan politici en overheidsmedewerkers. Naar premier Johnson loopt nog wel een parlementair onderzoek over zijn rol in het schandaal.De Britse premier Boris Johnson heeft donderdag aangekondigd op te stappen. Hij blijft voorlopig de taken van premier uitvoeren, totdat er een opvolger bekend is. Johnson lag al geruime tijd onder vuur vanwege een reeks schandalen, zoals het bijwonen van feestjes in coronalockdowns. Het vertrek van een aantal prominente ministers de afgelopen dagen blijkt de druppel te zijn geweest.
Etymologie
*Via het Franse scandale en het Latijnse scandalum te herleiden tot het Oudgriekse σκάνδαλον ("hindernis, valstrik"). De huidige vorm en betekenis zijn ontstaan onder invloed van schande. In de betekenis van ‘aanstoot’ voor het eerst aangetroffen in 1566
Vertalingen
Engelsoffense, scandal
Fransscandale
DuitsSkandal
Spaansescándalo
Italiaansscandalo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek