ergernis
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zaak die gevoelens van onvrede oproeptDe ergernis deed hem rood aanlopen.' Otto en Cornelia kijken met nauwelijks verholen ergernis naar Nella.Tot grote ergernis van het publiek ('Help! Ze nemen ons een planeet af!') en van astronomen die om welke reden dan ook een speciale band met Pluto hebben.
Etymologie
* van ergeren
Vertalingen
Engelsannoyance, frustration
Fransirritation
DuitsÄrger
Spaansirritación, disgusto, fastidio
Poolszdenerwowanie, rozdrażnienie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek