ongenoegen

onzijdig (het)/ˈɔŋɣəˌnuɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ontevredenheid
    Ondanks alle rijkdom is er toch nog een hoop ongenoegen in de samenleving.
  2. ruzie, onenigheid, boosheid
    Er was altijd ongenoegen tussen de kinderen die het nooit mel elkaar eens waren.

Etymologie

*antoniem van genoegen

Vertalingen

Engelsdispleasure, discontent
Fransras-le-bol, mécontentement
DuitsUnmut, Verdruss
Spaansenojo