schansspringer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die schansspringen als sport beoefent, iemand die met ski's van een schans springtOp de schans in Garmisch-Partenkirchen zat de zeventienjarige Sloveense puber Domen Prevc op de balk, klaar om te springen. Ze noemen hem de Max Verstappen onder de schansspringers, omdat in zijn genen het gevoel voor angst ontbreekt. NRC Wilfried de Jong 2 januari 2017
Etymologie
* van schansspringen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek