schapenvacht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxapə(n)ˌvɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange, gekrulde beharing van het schaapDe wolvenkaken malen alles met gemak fijn. Alleen schapenvacht is vaak te dik en te wollig om te verteren.
- geprepareerde huid met beharing van een schaap , of kunststof nabootsingen daarvanDe gordijnen zijn van rood velours, schapenvachten op de grond, de houtkachel knappert knus.Er staan lekkere rieten stoelen met een schapenvachtje, stoere houten tafels met eenvoudige stoelen; binnen oogt het allemaal aangeharkt ruraal.
Uitdrukkingen
- een wolf in een schapenvacht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek