schar
mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (voeding) bepaald soort platvis, , die voorkomt in kustwateren van de noordoostelijke Atlantische OceaanZijn moeder had gepaneerde scharretjes gebakken, met aardappeltjes en botersla.Het percentage platvissen met leverkanker en huidziektes langs de Nederlandse kust en in de Noordzee is de laatste paar decennia drastisch gedaald. Dit is te danken aan een verbeterde waterkwaliteit en door minder kankerverwekkende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK`s), in het bovenste deel van de zeebodem, waar platvissen als bot, tong, schol en schar leven.
zelfstandig naamwoord
- langgerekte verwonding van de huid{{ouds
- laatste aangekoekte rest die je uit een pan schraapt
Etymologie
thumb|1. Schar is een platvis die veel gevangen wordt.
Vertalingen
Engelscommon dab
Franslimande commune
DuitsKliesche
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek