scharrelaar

mannelijk (de)/ˈsxɑrəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met een ongeregeld liefdesleven
    Keith Floyd was een scharrelaar die steeds weer nieuwe projecten ondernam: baantjes, restaurants, echtgenotes.Volkskrant Onno Kleyn 15 februari 2017
  2. iemand met een ongeregeld werkzaam leven
    Onder hen waren ook handige scharrelaars, die om een beetje extra geld te verdienen wat koopwaar op de rug meenamen.de Telegraaf JOOP DUIJS 25 apr. 2015
  3. scharrelaarvogels (scharrelaarvogels) bepaald soort vogel, uit de familie van de scharrelaars
    De Europese Unie had de dolfijn van Cuvier en de scharrelaar, een zeldzame vogelsoort, voorgedragen. Deze moeten nu ook beter beschermd worden. Van de 32 diersoorten die waren voorgedragen, is alleen de leeuw niet op de lijst gekomen, omdat verschillende Afrikaanse landen dit niet zagen zitten.de Telegraaf 07 nov. 2014

Etymologie

* van scharrelen

Vertalingen

Engelspetty trader, muddler, odd-jobber
Fransrollier d’Europe
DuitsBlauracke