scharrelaars
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scharrelaarvogels) een familie van bontgekleurde, middelgrote vogels uit de orde scharrelaarvogels. Het zijn vogels uit streken met een warm klimaat. Er zijn twee geslachten en 12 soorten
Etymologie
* "scharrelaar" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek