scharrelen
/ˈsxɑrələ(n)/
Wat is de betekenis van scharrelen?
scharrelen betekent: (inerg) losse verkering hebben
Betekenis
werkwoord
- (inerg) losse verkering hebben
- (inerg) telkens wat anders ter hand nemen
- (inerg) op ongeregelde wijze kleinhandel drijven in
- (inerg) (van hoenders) heen en weer lopen en intussen in de grond wroeten
- (erga) onzekere of moeilijke wijze voortbewegend ergens heen gaan
- (inerg) onzeker, moeilijk of doelloos bewegen
- (ov) bij elkaar ~ door vlijtig zoeken vergaren
Voorbeelden van "scharrelen" in een zin
- Zij hadden wat gescharreld met elkaar.
- Er werd op die markt wat gescharreld in oude rommel, maar veel stelde het niet voor.
- Er werd druk gescharreld door de kippen.
- Zoals ik naar binnen was gescharreld, scharrelde ik ook weer naar buiten.
- Hij had wat over straat gescharreld, maar ging uit verveling weer naar huis.
Etymologie
*(freqtt) scharren
Vertalingen
Engelscourt, flirt
Duitsscharren
Spaanscortejar, flirtear, galantear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek