scheefte

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets scheef is (dus niet vlak of loodrecht)
    Tijdens de nieuwe metingen stellen de inspecteurs ook de mogelijke schade vast als gevolg van de scheefstand of de verzakking. Steeksproefsgewijs zullen ze panden van binnen inspecteren om bijvoorbeeld de scheefte van de vloeren te bepalen.

Etymologie

* Afgeleid van scheef

Vertalingen

Engelsobliqueness, obliquity