scheepshelling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schuinoplopend bouwwerk waarop een schip gebouwd of gerepareerd kan worden
    Janssons boothuis en oude scheepshelling lagen op het zuiden, goed beschut door een baai.
    British Antarctic Survey (BAS) doet op de Zuidpool onderzoek naar het klimaat, de biodiversiteit en de oceaan. Het onderzoekscentrum van de Britten, het BAS Rothera Research Station, is toe aan modernisering. BAM zal een nieuwe kademuur en een scheepshelling bouwen en de opslag- en woonruimten van de onderzoekers vernieuwen.

Vertalingen

Engelsslipway