schenken
/'sxɛŋ.kə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ditr) overdragen van bezit aan iemand anders (zonder tegenprestatie)Zij schonken hem een stuk land.Hem werd een stuk land geschonken.Hij kreeg een stuk land geschonken.
- (ov) in een ander vat laten vloeien, overgietenDe wijn werd in de glazen geschonken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gieten’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Vertalingen
Engelsgive, donate, pour
Fransoffrir, verser
Duitsschenken, einschenken
Spaansregalar, donar, echar
Italiaansdare
Portugeesdar
Russischдавать, дать
Koreaans주다
Turksvermek
Zweedsge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek