schietlap

mannelijk (de)/ˈsxitlɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) (schietlapschieten) in de ene hand gehouden gaffel met veerkrachtig materiaal gespannen tussen de uiteinden dat met de andere hand achteruit wordt getrokken om er een steentje of kogeltje mee weg te schieten
    Met behulp van een schietlap of katapult en zeven glazen knikkers moeten de schutters zeven bordjes omver schieten.
  2. sport (sport) (boogschieten) leren lap die als bescherming om de onderarm (bij rechtshandigen: de linkerarm) wordt gebonden bij het handboogschieten
    Elke schutter draagt op de voorarm, ter beschutting, een lederen schietlap, zo niet zou na het schot de terugverende pees de huid tot bloedens schaven.
  3. spel (spel) (knikkeren) leren tuigje om de hand dat de knokkels van de hand beschermt
    .... schietlap.