Schijf
Wat is de betekenis van Schijf?
Schijf betekent: plat en rond voorwerp (discus)
Betekenis
- plat en rond voorwerp (discus)
- (voeding) afgesneden plak van een of andere stof
- (informatica) opslagmedium
- (muziek) platte en ronde muziekdrager
- (muziek) (figuurlijk) muziekalbum of muzieknummer, in het bijzonder een goed nummer
- (spel) (sport) elk van de stenen waarmee het damspel wordt gespeeld
Voorbeelden van "Schijf" in een zin
- Welk nummer is dat? Wat een schijf!
Betekenis en uitleg van Schijf
Een schijf is een platte, vaak ronde vorm die je kunt vinden in verschillende contexten, zoals bij voedsel of technologie. Denk aan een schijf kaas of een harde schijf in je computer; in beide gevallen verwijst het naar een specifieke, platte structuur.
Het woord 'schijf' wordt vaak gebruikt in de keuken, bijvoorbeeld wanneer je groenten of kaas in dunne, platte stukken snijdt. Daarnaast kom je het ook tegen in technische termen, zoals bij opslagmedia. De nuance kan variëren van een culinaire toepassing tot een technologische, afhankelijk van de context waarin het woord wordt gebruikt.
Voorbeelden
- Ik snijd de komkommer in dunne schijven voor de salade.
- De harde schijf van mijn laptop is bijna vol, dus ik moet wat bestanden verwijderen.
- Tijdens het diner serveerden ze schijven van verse ananas als dessert.
Woordoorsprong
Het woord 'schijf' komt van het Oudnederlands 'schive', dat een platte of ronde vorm aanduidde. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook een vergelijkbare betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over Schijf
Wat is de betekenis van Schijf?
Schijf betekent: plat en rond voorwerp (discus)
Hoeveel betekenissen heeft Schijf?
Schijf heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft Schijf?
Schijf is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je Schijf in een zin?
Voorbeeld: “Welk nummer is dat? Wat een schijf!”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands scīve ‘schijf, platrond voorwerp’, ontwikkeld uit Oergermaans *skībō-, wijzend met grammatische wisseling op Indo-Europees *sk(e)ip-, labiaaluitbreiding van *skeh₂i- ‘splijten’ (zie verder scheiden). Evenals Nederduits Schiev, Duits Scheibe, Fries skiif en Zweeds skiva, alle ‘platrond voorwerp, schijf’. Verwantschap met scheef (zn.) en schever(steen).
Uitdrukkingen
- Over veel schijven lopen — veel mensen die ergens zich mee bemoeien