schimpen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) honen, schelden..., en terijl datter nu nieuwe slagters aangesteld waaren, wierd er zeer geschimpt op de menigte van zijn vee, waar van gezegt wierde dattet de kraijen nog zouden opvreeten. Dagregister van Adam Tas. dec 1705. Uitgegeven te Pretoria 1914
Vertalingen
Engelsjeer, jeer at, taunt
Spaansinjuriar, insultar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek