schisma
onzijdig (het)/ˈsxɪsma/
Wat is de betekenis van schisma?
schisma betekent: (religie) uit elkaar vallen van een kerkgenootschap in twee delen door sterk verschillende opvattingen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) uit elkaar vallen van een kerkgenootschap in twee delen door sterk verschillende opvattingen
- (figuurlijk) (politiek) uit elkaar vallen van een ideologische groep in twee delen door sterk verschillende opvattingen
Veelgestelde vragen over schisma
Wat is de betekenis van schisma?
schisma betekent: (religie) uit elkaar vallen van een kerkgenootschap in twee delen door sterk verschillende opvattingen
Hoeveel betekenissen heeft schisma?
schisma heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft schisma?
schisma is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van schisma?
Synoniemen van schisma zijn: scheuring, kerkscheuring.
Etymologie
*van Latijn """, in de betekenis van ‘scheuring’ aangetroffen vanaf 1872
Vertalingen
Engelsschism
Spaanscisma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek