schoenlapper

mannelijk (de)/ˈsxunlɑpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die als vak schoenen repareert
  2. vlinders (vlinders) benaming voor insecten uit de onderfamilie

Etymologie

*Samenstellende afleiding van schoen en de stam van lappen

Vertalingen

Engelsshoemaker
Franscordonnier
DuitsSchuster
Spaanszapatero
Portugeessapateiro