schoenlapper
mannelijk (de)/ˈsxunlɑpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die als vak schoenen repareert
- (vlinders) benaming voor insecten uit de onderfamilie
Etymologie
*Samenstellende afleiding van schoen en de stam van lappen
Vertalingen
Engelsshoemaker
Franscordonnier
DuitsSchuster
Spaanszapatero
Portugeessapateiro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek