schoenmaker
Wat is de betekenis van schoenmaker?
schoenmaker betekent: (beroep) iemand die als vak schoenen repareert
Betekenis
- (beroep) iemand die als vak schoenen repareert
Voorbeelden van "schoenmaker" in een zin
- Hij was schoenmaker, had later ook een schoenwinkel, maar maakte zich veel zorgen als hij weer eens in een machine moest investeren, dat woog zwaar. de Volkskrant Nathalie Huigsloot25 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/mensen/op-bezoek-bij-de-picasso-van-winschoten-soms-twijfel-ik-eraan-of-er-niet-meer-in-had-gezeten-~bfc03c89/ INTERVIEW JAN MULDER]
Betekenis en uitleg van schoenmaker
Een schoenmaker is iemand die schoenen maakt, repareert of onderhoudt. Het vak vereist vakmanschap en kennis van materialen, zodat je oude of beschadigde schoenen weer als nieuw kunnen worden gemaakt.
Het woord 'schoenmaker' wordt vaak gebruikt in de context van ambachtelijke beroepen en kan ook verwijzen naar iemand die gespecialiseerd is in het herstellen van schoeisel. In moderne tijden, met de opkomst van massaproductie, zijn veel traditionele schoenmakers verdwenen, maar er zijn nog steeds ambachtslieden die hun vaardigheden koesteren. Het beroep heeft ook een bepaalde charme, vaak geassocieerd met lokale winkels en persoonlijke service.
Voorbeelden
- Na een lange wandeling besloot ik mijn versleten schoenen naar de schoenmaker te brengen voor een nieuwe zool.
- De schoenmaker vertelde me dat hij al meer dan dertig jaar in het vak zit en dat hij elke paar schoenen een persoonlijk tintje geeft.
- Toen mijn favoriete laarzen kapot gingen, was ik blij dat er een goede schoenmaker in de buurt was die ze kon repareren.
Woordoorsprong
Het woord 'schoenmaker' is samengesteld uit 'schoen', wat verwijst naar het schoeisel, en 'maker', wat iemand aanduidt die iets vervaardigt.
Veelgestelde vragen over schoenmaker
Wat is de betekenis van schoenmaker?
schoenmaker betekent: (beroep) iemand die als vak schoenen repareert
Welk woordgeslacht heeft schoenmaker?
schoenmaker is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van schoenmaker?
Synoniemen van schoenmaker zijn: schoenlapper.
Hoe gebruik je schoenmaker in een zin?
Voorbeeld: “Hij was schoenmaker, had later ook een schoenwinkel, maar maakte zich veel zorgen als hij weer eens in een machine moest investeren, dat woog zwaar. de Volkskrant Nathalie Huigsloot25 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/mensen/op-bezoek-bij-de-picasso-van-winschoten-soms-twijfel-ik-eraan-of-er-niet-meer-in-had-gezeten-~bfc03c89/ INTERVIEW JAN MULDER]”
Etymologie
* van schoenmaken
Uitdrukkingen
- Schoenmaker, blijf bij je leest — Je moet je niet gaan bezighouden met zaken die je niet goed afgaan of waar je onvoldoende van weet, maar blijven doen wat je wèl goed kunt