schoenwinkel
mannelijk (de)/ˈsxuɱwɪŋkəl/
Wat is de betekenis van schoenwinkel?
schoenwinkel betekent: winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
Voorbeelden van "schoenwinkel" in een zin
- Destijds voerde ze haar fiets aan de hand mee als ik haar uit haar werk in de schoenwinkel in Hamngatan kwam ophalen.
- Wim Beelen zegt dat hij het verhaal liever had stilgehouden, maar legt nu uit wat er gebeurd is vanwege verhalen dat zijn medewerkers zaken voor zichzelf hebben gehouden. Op een filmpje dat door een omwonende was gemaakt, is te zien hoe slopers door de voorraad van een schoenwinkel gaan.
Veelgestelde vragen over schoenwinkel
Wat is de betekenis van schoenwinkel?
schoenwinkel betekent: winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
Welk woordgeslacht heeft schoenwinkel?
schoenwinkel is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van schoenwinkel?
Synoniemen van schoenwinkel zijn: schoenenwinkel, schoenenzaak.
Hoe gebruik je schoenwinkel in een zin?
Voorbeeld: “Destijds voerde ze haar fiets aan de hand mee als ik haar uit haar werk in de schoenwinkel in Hamngatan kwam ophalen.”
Vertalingen
Engelsshoe-shop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek