schoenwinkel

mannelijk (de)/ˈsxuɱwɪŋkəl/

Wat is de betekenis van schoenwinkel?

schoenwinkel betekent: winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt

Voorbeelden van "schoenwinkel" in een zin

  • Destijds voerde ze haar fiets aan de hand mee als ik haar uit haar werk in de schoenwinkel in Hamngatan kwam ophalen.
  • Wim Beelen zegt dat hij het verhaal liever had stilgehouden, maar legt nu uit wat er gebeurd is vanwege verhalen dat zijn medewerkers zaken voor zichzelf hebben gehouden. Op een filmpje dat door een omwonende was gemaakt, is te zien hoe slopers door de voorraad van een schoenwinkel gaan.

Vertalingen

Engelsshoe-shop