schoenzool

mannelijk/vrouwelijk (de)/'sxunzol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het onderste deel van een schoen of laars dat contact heeft met de grond tijdens het lopen
    Tijdens een ochtendwandeling vergapen wij stadsmensen ons aan de vele zwaluwen, reigers, en zagen we daar een roofvogel een duikvlucht nemen? Hans raadt ons af om de velden te betreden - ‘daar worden de boeren zenuwachtig van’ - maar via een wandelpad naast de boerderij raak je toch tot vlak bij de paarden. De kuddes schapen lopen zelfs vrij rond. Het gevoeg van het loslopend vee tussen je schoenzolen moet je er voor die throwback naar de kinderboerderij wel bij nemen. de Standaard ZATERDAG 14 OKTOBER 2017
    De gevangenis in Middelburg heeft vandaag 540 gram cocaïne onderschept in de bagage van een arrestant. De drugs zat verstopt in zijn schoenzolen. Tubantia Ondine van der Vleuten 31-augustus-2017

Vertalingen

Engelssole
Franssemelle