schok

mannelijk (de)/sxɔk/

Wat is de betekenis van schok?

schok betekent: een plotsklapse en hevige beweging

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plotsklapse en hevige beweging
  2. een gebeurtenis die iemand hevig van de wijs brengt
  3. een blootstelling aan een elektrische potentiaal
  4. zestigtal
  5. twintigtal

Voorbeelden van "schok" in een zin

  • Deze schok werd veroorzaakt door het verschuiven van twee tektonische platen.
  • Haar dood was een schok voor velen.
  • De aanraking kwam als een schok voor Teresa.
  • Het is een schok om dit braakspoor, deze schending, te zien.
  • Pas op, krijg geen schok van dat losse contact!

Etymologie

* In de betekenis van ‘telwoord:’ voor het eerst aangetroffen in 60

Vertalingen

DuitsErdstoß, Stoß, Schock
Spaanschoque, impacto, conmoción