schokken

/ˈsxɔkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. heftig bewegen
    De auto schokte hevig op weg met gaten.
  2. heftig emotioneel geraakt worden
    Het nieuws over de vermoorde president schokte iedereen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stoten, schudden’ voor het eerst aangetroffen in 1562