schokken
/ˈsxɔkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- heftig bewegenDe auto schokte hevig op weg met gaten.
- heftig emotioneel geraakt wordenHet nieuws over de vermoorde president schokte iedereen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stoten, schudden’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek