schooien

/'sxojə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets vragen zonder iets terug te willen geven
    Pas op, ik kan volledig begrijpen waarom ik door niemand word meegevraagd op reis. Het is alsof je met Gargamel op ­vakantie bent. Ik ben een aan technologie verslaafde luxepony en bovendien een flinke zeur. Zomervakantie, ik snap niet hoe dat moet. Leg mij twee minuten in een hangmat of aan een strand en ik krijg een milde angstaanval. Overal loop ik te schooien om het paswoord van de wifi. de Standaard DINSDAG 20 JUNI 2017
    Uit het artikel People at zoos: the sociological approach blijkt dat bezoekers van dierenparken vrijwel uitsluitend geïnteresseerd zijn in dieren die: om eten vragen, schooien; eten; pas geboren zijn; geluid maken; of menselijk gedrag imiteren. Voor rustende dieren of dieren die zich verstoppen, is geen aandacht. Volkskrant Joep van Helden socioloog en toneelschrijver 11 februari 2015
  2. rondzwerven zonder duidelijk plan

Etymologie

* sedert 16de eeuw

Vertalingen

Engelsbeg