bietsen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, informeel (ov) (informeel) bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (vaak voor sigaretten)
    De jongen wilde zelf geen sigaretten meer kopen en ging dus de hele dag bij anderen sigaretten bietsen.
    Toen iedereen nog rookte en sigaretten heel goedkoop waren was het bietsen van sigaretten heel gewoon.
  2. ov, informeel (ov) (informeel) (iets) 'lenen' en niet teruggeven
    Als je een sigaret bietst kun je hem niet teruggeven.

Etymologie

*Afgeleid van het Amerikaans-Engels "beachcomber" “werkloze matroos die in de haven rondhangt” , in de betekenis van ‘bedelen’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Vertalingen

Engelsscrounge
Fransquémander
Duitsschnorren
Spaansgorronear