bietser
mannelijk (de)/'bitsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) klaploper, bedelaar, schooier, profiteur, parasiet
- (informeel) dief
Etymologie
*afgeleid van bietsen
Vertalingen
Engelsscrounger
Fransquémandeur
DuitsSchnorrer
Spaanspidón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek