schooier

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een landloper
    Daar liepen een paar schooiers.
  2. een deugniet
    Wat een schooiertje ben je toch!
  3. een bedelaar
    Er zaten een aantal schooiers in die steeg.

Etymologie

* van schooien