schooier
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een landloperDaar liepen een paar schooiers.
- een deugnietWat een schooiertje ben je toch!
- een bedelaarEr zaten een aantal schooiers in die steeg.
Etymologie
* van schooien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek