schooldag

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag in de week waarop men naar school gaat
    In een week zijn meestal maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en soms ook zaterdag een schooldag.
  2. dag dat men naar school gaat
    Alles was nieuw voor me en ik nam het allemaal in me op als een kind op zijn eerste schooldag.

Vertalingen

Engelsschool day
Fransjour de classe
DuitsSchultag
Spaansdía de clases
Zweedsskoldag