schooldag
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dag in de week waarop men naar school gaatIn een week zijn meestal maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en soms ook zaterdag een schooldag.
- dag dat men naar school gaatAlles was nieuw voor me en ik nam het allemaal in me op als een kind op zijn eerste schooldag.
Vertalingen
Engelsschool day
Fransjour de classe
DuitsSchultag
Spaansdía de clases
Zweedsskoldag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek