schooldeur

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de voordeur van een school
    Als-ie de éne grote schooldeur met de allang gewende beweging van z'n knie opengeduwd had, onverschillig wie er dan buiten stond-hij, Kees, wachtte rustig af en luisterde maar naar de vraag die kwam.