schoonhouden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. zorgen dat iets niet vies wordt en zorgen dat iets wat vies is weer schoon wordt
    Zij hielden hun nieuwe auto heel schoon.
    Het schoonmaak bederijf hield het ziekenhuis schoon.
    De vrijwilligers namen in totaal 200 taken voor hun rekening: van het tappen achter de bar en broodjes smeren tot het regelen van het verkeer, tickets scannen, de wc's schoonhouden en toezicht houden op het terrein.