woorden
boek
Start
›
S
›
schoonmaakster
schoonmaakster
vrouwelijk (de)
/ˈsxomakstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) vrouwelijke vorm van schoonmaker, vrouw die schoonmaakt
Etymologie
* van schoonmaken
Verwante woorden
schob
schobbejak
schobbejakken
Schobben
schobber
schobberd
schobberdebonk
schobbers
schobde
Schoe
schoei
schoeide
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← schoonmaakservice
schoonmaaksters →