schoonmaker

mannelijk (de)/ˈsxomakər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die voor zijn beroep voor anderen schoonmaakt
  2. werktuig waarmee men schoon kan maken

Etymologie

* van schoonmaken

Vertalingen

Fransnettoyeur
Spaansasistenta
Portugeesfaxineiro