schoonmaker
mannelijk (de)/ˈsxomakər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die voor zijn beroep voor anderen schoonmaakt
- werktuig waarmee men schoon kan maken
Etymologie
* van schoonmaken
Vertalingen
Fransnettoyeur
Spaansasistenta
Portugeesfaxineiro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek