woorden
boek
Start
›
S
›
schoonpapa
schoonpapa
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
familie
(familie) de vader van iemands huwelijkspartner, de schoonvader
Etymologie
*afgeleid van papa
Vertalingen
Spaans
suegro
Verwante woorden
schob
schobbejak
schobbejakken
Schobben
schobber
schobberd
schobberdebonk
schobbers
schobde
Schoe
schoei
schoeide
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← schoonouders
schoonpapa's →