schoonzus
vrouwelijk (de)/ˈsxonzʏs/
Wat is de betekenis van schoonzus?
schoonzus betekent: (familie) de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
Voorbeelden van "schoonzus" in een zin
- Hij was niet veroordelend, in deze kwestie was hij niet alleen uit eigen overtuiging beginselvast, hij was ook decennialang opgevoed door zowel Ingeborg als haar beste vriendin en bovendien zijn schoonzus Christa.
Etymologie
*afgeleid van zus
Vertalingen
Engelssister-in-law
Fransbelle-sœur
DuitsSchwägerin
Spaanscuñada
Italiaanscognata
Deenssvigerinde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek