schoonzuster
vrouwelijk (de)/ˈsxonzʏstər/
Wat is de betekenis van schoonzuster?
schoonzuster betekent: (familie) de echtgenote van broer of zus, of de zus van de echtgenoot of echtgenote
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) de echtgenote van broer of zus, of de zus van de echtgenoot of echtgenote
Voorbeelden van "schoonzuster" in een zin
- Maren, hoor je me?' Maar ze weet dat haar schoonzuster er niet meer is.
- Haar schoonzuster ziet er niet vredig uit.
Etymologie
*afgeleid van zuster
Vertalingen
Engelssister-in-law
Fransbelle-soeur
DuitsSchwägerin
Spaanscuñada
Italiaanscognata
Deenssvigerinde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek