schoppen
mannelijk/vrouwelijk (de)/'sxɔ.pə(n)/
Wat is de betekenis van schoppen?
schoppen betekent: een trap geven
Betekenis
werkwoord
- een trap geven
- het ver schoppen: succesvol zijn in het leven
zelfstandig naamwoord
- (kaartspel) ♠, een kleursoort in het kaartspel
Voorbeelden van "schoppen" in een zin
- Hij schopte de bal in het net.
- Hij kwam uit een eenvoudige familie, maar schopte het ver doordat hij een succesvol bedrijf begon.
- Oscar en hij hadden natuurlijk een ingenieursfirma kunnen beginnen in Bergen, ze zouden meer hebben kunnen verdienen dan de eerste levensbehoeften, zelfs iets hogerop zijn gekomen, al hadden ze het hoogstwaarschijnlijk niet tot de sociëteit van Bergen geschopt.
- Ik bood twee schoppen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘met de voet treffen’ aangetroffen vanaf 1390
Vertalingen
Engelskick, spades
Fransdonner des coups de pied, pique
Duitstreten, Pik
Spaansdar patadas, pica
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek