schop
Wat is de betekenis van schop?
schop betekent: (gereedschap) een graafwerktuig
Betekenis
- (gereedschap) een graafwerktuig
- (bouwkunde) bijgebouw bij de boerderij
- (kaartspel) gewoonlijk schoppen, een van beide zwarte speelkleuren, ♠
- trappende aanraking met de voet
Voorbeelden van "schop" in een zin
- Om dat het veld met de schop om te spitten is een heel karwei.
- In de open schop bij de boerderij werd turf opgeslagen.
- Ik kon gelukkig op die ingetroefde slag mijn vuile schopje kwijt.
- Ik heb hem daarop een grote schop verkocht.
Betekenis en uitleg van schop
Een schop is een handgereedschap met een brede, platte blad dat meestal aan een lange steel is bevestigd. Het wordt gebruikt om grond, zand of andere losse materialen te verplaatsen of om gaten te graven.
Je gebruikt een schop vaak in de tuin of op een bouwplaats, bijvoorbeeld wanneer je een gat moet graven voor een plant of om een fundering te leggen. Het is een veelzijdig gereedschap dat ook nuttig kan zijn bij het sneeuwruimen of het verplaatsen van aarde. De kracht van het woord ligt in de fysieke arbeid die erbij komt kijken, vaak geassocieerd met hard werken en buitenactiviteiten.
Voorbeelden
- Met een schop in de hand begon hij enthousiast de tuin te veranderen.
- Na de zware sneeuwval pakte ze haar schop om de oprit vrij te maken.
- De bouwvakkers gebruikten hun schoppen om de fundamenten voor het nieuwe huis te graven.
Woordoorsprong
Het woord 'schop' is afkomstig uit het Middelnederlands 'scoppe' en is verwant aan het Duitse 'Schaufel', wat eveneens verwijst naar een soortgelijk gereedschap.
Veelgestelde vragen over schop
Wat is de betekenis van schop?
schop betekent: (gereedschap) een graafwerktuig
Hoeveel betekenissen heeft schop?
schop heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft schop?
schop is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je schop in een zin?
Voorbeeld: “Om dat het veld met de schop om te spitten is een heel karwei.”
Etymologie
*[B]: van "schoppen"
Uitdrukkingen
- De schop afkuisen — Stoppen met werken
- Op de schop gaan/moeten — Grote veranderingen (moeten) ondergaan
- Op de schop nemen — Grote veranderingen in iets aanbrengen