schop

mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɔp/

Wat is de betekenis van schop?

schop betekent: (gereedschap) een graafwerktuig

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een graafwerktuig
  2. bouwkunde (bouwkunde) bijgebouw bij de boerderij
  3. kaartspel (kaartspel) gewoonlijk schoppen, een van beide zwarte speelkleuren, ♠
zelfstandig naamwoord
  1. trappende aanraking met de voet

Voorbeelden van "schop" in een zin

  • Om dat het veld met de schop om te spitten is een heel karwei.
  • In de open schop bij de boerderij werd turf opgeslagen.
  • Ik kon gelukkig op die ingetroefde slag mijn vuile schopje kwijt.
  • Ik heb hem daarop een grote schop verkocht.

Etymologie

*[B]: van "schoppen"

Uitdrukkingen

  • De schop afkuisenStoppen met werken
  • Op de schop gaan/moetenGrote veranderingen (moeten) ondergaan
  • Op de schop nemenGrote veranderingen in iets aanbrengen

Vertalingen

Engelsshovel, spade, kick
Franscoup de pied
DuitsSpaten, Schaufel, völlig umgestalten
Spaanslaya, pala, puntapié