schep
mannelijk/vrouwelijk (de)/sxɛp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) lepelvormig werktuig waarmee een hoeveelheid vast materiaal verplaatst kan wordenHij pakte een schep en haalde wat kolen uit het hok.Hij deed twee scheppen suiker in de koffie.
Etymologie
*: "scheppen" zonder de uitgang -en
Vertalingen
Engelsscoop, shovel
DuitsSchippe, Schaufel
Spaanspala
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek