schorseneer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsxɔrsəˈner/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groente, bloemplanten (groente) (bloemplanten) een geslacht uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae) waarvan de wortel als groente gegeten wordt

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1663

Vertalingen

Engelsblack salsify
Fransscorsonère
DuitsSchwarzwurzel
Spaansescorzonera, salsifí negro, salsifí de España
Italiaansscorzonera
Portugeeswężymord czarny korzeń