schorsing

vrouwelijk (de)/ˈsxɔrsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorlopig of tijdelijk verbod om een functie uit te voeren
    Door een schorsing moest hij het duel missen.
    Online ophef in China over schorsing studente na seks met buitenlander.
  2. tijdelijke onderbreking (van een vergadering of rechtszitting)
    Na een korte schorsing vergaderden we verder.